Selecteer een pagina

Smilde Bord 10 Evenemententerrein en Veenbrug

Hijkersmilde – Smilde

 

Het veen werd in blokken verdeeld en verdeeld onder particulieren, die daar voldoende voor wilde betalen. Op 21 februari hadden de Dost en Gedeputeerden daarvoor een plan van aanleg vastgesteld, waarbij de venen in kaart waren gebracht. Tevens zou de vaart verder tot ontwikkeling worden gebracht, voor het gebied dat toen nog Kloosterveen heette. Op de kaart was het gebied van 3886 morgen (maatvoering uit die dagen) tussen de huidige Veenhoopsbrug en de Norgervaart verdeeld met zes blokken aan iedere zijde van de vaart verdeeld. Op 1 maart 1771 ging men van start en is dit ongeveer het begin van de kern Smilde, al heette het dus nog niet zo. De ‘Smildervaart’ werd uitgebreid en bereikte in 1780 de Kolk in Assen en was de Drentse Hoofdvaart klaar. Het eerste huis werd gebouwd, dit was het zogenaamde ‘Zes Herenhuis’, de betreffende heren gaven daarna de opdracht tot het bouwen van de ‘Veenhoop’, het logement dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gesloopt. In 1972 werd het eerste kind geboren, een meisje dat op 16 mei werd gedoopt in de kerk van Beilen. Het bruiste in Hijkersmilde en in Kloosterveen, zoals de groeiende nederzetting ten noorden van de Veenhoop werd genoemd.

De toename van de bevolking maakte de komst van een kerk nodig. In 1773 werd deze vraag bij het landschapsbestuur neergelegd. In die tijd werd er in Diever of Beilen gekerkt. Het verzoek werd echter afgewezen, drie jaar later werd de vraag opnieuw gesteld. In 1778 kwam het verlossende woord: het landschapsbestuur honoreerde de vraag. Architect Abraham Martinus Sorg, kreeg de opdracht om het ontwerp te maken en hij gaf Smilde de ‘Koepelkerk’. Nu is de Koepelkerk een baken in Smilde en nog steeds een mooi gebouw. De bouw van de fraaie kerk, die voor die tijd eigenlijk te groot was, kostte samen met de school die gelijktijdig werd gebouwd, kwam op circa 70.000 gulden. Het landschapsbestuur had ook al een korenmolen laten bouwen, het was dan ook  geen wonder dat de jonge kolonie ‘het troetelkindje van het landschapsbestuur’ werd genoemd.

Er was volop werk in de vervening, kolonisten waren vrijgesteld van allerlei belastingen. Het is geen wonder dat de bevolking explosief groeide. In 1740 woonden er nog maar 40 à 50 huisgezinnen in  Hoogersmilde tot en met Kloosterveen en in 1774 tot 65  in 1794 waren dat er al 255.

De toename van de bevolking had in 1780 en 1781 ook te maken met de komst van joodse families. Erg welkom waren ze overigens niet. Niet uit antisemitisme, maar uit vrees dat de nieuwkomers, meer omdat de ‘eigen’ onvoldoende hervormde armen daardoor wellicht te kort zouden komen.

Samen met de groei der bevolking breidden ook ambacht en nijverheid zich uit. Naast de korenmolen aan de Molenwijk was de eerste voorbeeld daarvan de kalkoven die al in 1774 aan de noordkant van de van de Kromme Wijk stond. Hier werden schelpen uit de Noord- en Zuidzee gebrand en daarmee maakte men metselspecie. In 1808 kwamen daar nog twee jeneverstokerijen en twee bierbrouwerijen bij. Het bier dat werd gebrouwen was voornamelijk voor de veenarbeiders.

In 1841 werkten er 30 arbeiders in de Smildeger katoenweverij. Daar wekten voornamelijk jonge mensen van 13 tot 21 jaar, jongens en meisjes.

De Veenbrug van Smilde

een archeologisch-, cultuurhistorisch- en cultuurtoeristisch facet in Nederland.

Even buiten Smilde is zo’n 220 jaar vChr. door onze voorouders over het veen een veenweg aangelegd, bestaande uit tegen elkaar gelegde stammen van elzenhout. In 1898 en 1902 heeft men deze veenweg of veenbrug tijdens de vervening aangetroffen en in 1902 zelfs gefotografeerd.


De veenbrug noordelijk van de Suermondsweg in 1902

  

De veenbrug Smilde in een verveend landschap                       1930 De stammen zijn al deels verwijderd

De veenbrug Smilde , lag een paar duizend jaar lang verborgen in de uitgestrekte Sildeger Veenen.
In het toen nog aansluitende Fochteloërveen en in het Witterveld groeit nu weer het hoogveen!
Op het zuidelijker gelegen Hijkerveld was al in de vroege prehistorie bewoning. De Grafheuvels, en Celtic Fields en de vele archeologische vondsten getuigen daarvan.
Ook bij Witten en Hijkersmilde zijn Celticfields (raatakkers met bewoning) aangetroffen.

Helaas ontbeert de gemeente Midden-Drenthe zijn oudste prehistorische monumenten, de hunebedden. De enige 2 hunebedden bij Hooghalen en een bij Spier zijn vanwege vroegere vernieling en stenenroof verdwenen. 
Rond 1930 was op ca 500m afstand, zuidelijk van de Suermondsweg nog een 2e veenbrug aangetroffen. Deze was door Prof. Dr Van Giffen wel bezocht, doch werd niet onderzocht. Ook werd de locatie niet vastgelegd! Beide veenbruggen werden gelijktijdig aangelegd.


Onderzoek in 1983 bij het restant van de veenbrug uit 220 vChr

Van de noordelijke veenbrug is in mei-juni 1983 nog een resterend gedeelte van ca 30m dicht onder het maaiveld blootgelegd en onderzocht. De veenbrug noordelijk van de Suermondsweg was oorspronkelijk zo’n 280m lang. De ca 500 m zuidelijk van die weg gelegen 2e veenbrug was ca 170 m lang. Beide veenbruggen bestonden uit dwars tegen elkaar gelegde stammen met een diameter van 7-22 cm en een lengte van ca. 2,80m.

Ze vormden een verbinding langs de oost rand van dit uitgestrekte hoogveen gebied Vanwege het ontbreken van karrensporen op het met heideplaggen afgedekte brugdek, lijkt het er op dat deze verbinding weinig of nooit gebruikt is. Zeker is dat de veenbrug kort na aanleg snel in een steeds natter klimaat is overgroeid met ca. 0.60m veen.

Uit C-14 dateringen is gebleken, dat de veenbrug ca. 220 jaar vChr is aangelegd.

In 1988 is een plan ingediend om dit vrijwel onbekende archeologische fenomeen in zijn natuurlijke omgeving op exact dezelfde plaats te reconstrueren.

 T
Tekening bij het reconstructievoorstel van 1988. 
Deze is gebaseerd op de zelf gemaakte hoogtelijnenkaart van 1983, waarbij de eilanden in het veen 
in de periode 220 v Chr zijn aangegeven.

Hoewel hunebedden, grafheuvels en Celtic Fields in Drenthe als archeologisch monument terecht in toenemende mate ruime toeristische belangstelling genieten, ligt dat vanwege de vergankelijkheid bij veenbruggen uiteraard moeilijker.

Toch is het op zijn plaats dit vierde bouwkundige element van onze vroege voorouders, op een laagdrempelige manier in beeld te brengen.

Met name de hier unieke samenhang met zijn landschappelijke omgeving en het duidelijk waarneembare micro reliëf ter plaatse, versterken het inzicht en de beleving van een veenbrug.

De reconstructie gereed in 1998. De veenbrug ligt exact op de oorspronkelijke locatie en liep ooit ca 100m verder door in ZW richting, naar de daar verder oplopende hoogte. 

De prehistorische veenbrug liep nog zo’n 30m door tot in het bosje, waar het op 14m+ NAP uitliep op de toen droge zandrug. De latere zandweg ligt er overheen.

De veenbrug in ZW richting

Oorspronkelijk lag de veenbrug hier in het midden uiteraard hoger op ca 1,40m veen.
Vanwege het natter wordende klimaat, werd het snel weer overgroeid met zo’n 0,50m hoogveen. Door het veen werd de veenbrug dus ruim 2000 jaar geconserveerd. 
De locatie is bereikbaar via een schelpenpad vanaf het fietspad Smilde, Witterveld en Assen l
Het geheel is nu in eigendom van de Stichting het Drents Landschap.

Het revitaliseringsplan.

In december 2006 is bij de gemeente Midden-Drenthe en het Drents Landschap het plan Revitalisering Veenbrug Smilde ingediend, met de doelstelling de veenbrug Smilde aantrekkelijker, informatiever en vooral beter toeristisch te ontsluiten.
Ook kan dan in dat kader het sterk vergane houten brugdek op een meer duurzame wijze worden vervangen. Verder wordt beoogd de informatievoorziening ter plaatse, alsmede de bewegwijzering, te verbeteren.
Het omliggende net van fietspaden met het aansluitende nieuwe fietsknooppunten net biedt daarvoor goede mogelijkheden.

Toeristisch gezien vormt het een ‘brug’ in zijn relatie tot zijn omgeving, zoals het Fochteloërveen, Veenhuizen, Assen, Hooghalen, Hijkerveld, Appelscha etc. Ook de nabijgelegen recreatievaart en de fiets4daagse kunnen hiervan profiteren. Voor de meer inhoudelijke aspecten wordt verwezen naar het Revitaliseringsplan.
In dit plan is de aanleg van een doorgaande fietsverbinding van groot belang.
De verlenging met 27m. tot het oorspronkelijk begin van de veenbrug verhoogt de belevingswaarde en de authenticiteit aanzienlijk.

Hoewel in het plan is uit uitgegaan van asfalt-verharding, blijkt inmiddels, dat volgens het Recreatieschap Drenthe, een halfverharding van voldoende breedte acceptabel is voor de Fiets4daagse.
Dit maakt een enorme kostenbesparing mogelijk, omdat een globaal 2,5 x zo dure verharding in asfalt kan vervallen.

Het huidige halfverharde fietspad aan de oostzijde eindigt nu bij de veenbrug en hoeft dus ook niet meer te worden aangelegd.
Bovendien heeft de gemeente Midden-Drenthe eind 2008 een deel van dit pad tussen de Molenwijk, langs de woonkernnaar de Fazantenlaan inmiddels al voorzien  van een halfverharding!

Deze aspecten samen leveren al met al een forse kostenbesparing op ten opzichte van het ingediende plan. Daardoor kan met de veenbrug een nieuwe weg worden ingeslagen !!


een impressie

Op de hierboven afgebeelde impressie kruist het fietspad de veenbrug op zijn oorspronkelijke ligging.
Onder het fietspad zijn mogelijk nog de prehistorische stammen aanwezig !

Het oorspronkelijke brugdek uit 220 v Chr is rechts in het bosje nog steeds aanwezig.
Het is na het onderzoek van 1983 weer afgedekt. Enkele stammen zijn voor onderzoek meegenomen.
Het is de bedoeling de verlenging van de reconstructie over zijn prehistorische voorganger te leggen. Dus Nieuw op Oud…..

Hopelijk kan dit voor Nederland unieke element een betekenis krijgen voor het recreatief cultuurtoerisme.

Veenbruggen in ZO Drenthe

Bijlage 1


overzicht veenwegen,in ZO Drenthe                                                          De Valtherbrug, 12 km en ca. 2000jaar oud


Veenbrug bij Nieuw Dordrecht ca. 4550 jaar oud. 3 m br                      Van dezelfde veenbrug is dit restant tijdelijk blootgelegd, Sinds 1981 geniet het gehele onder het maaiveld aanwezige restant uit de steentijd zelfs een wettige bescherming ! Er bestaan ideeën voor een duurzamere conservering.

Smilde in de kaart

Bijlage 3

 De Plankaart van 1769 van de Drost en Gedeputeerden van de Landschap Drenthe voor het vervenen van het Kloosterveen.

In 1767 had het Landschaps- bestuur de bestaande vaart van Meppel tot haar Kloostervenen (nu de Scheve brug) om haar eigen veengebied te kunnen vervenen en te ontginnen.
Het hele Kloosterveen was na de Reformatie in 1598 met het klooster de bijbehorende pachtboerderijen en andere eigendommen , in bezit gekomen van het Landschapsbetuur.
In 1769 werd vanaf Meppel een nieuw kanaal gegraven. In 1772 was deze gereed tot de Norgervaart en in 1780 tot Assen.


De zgn Franse of Napoleontische kaart van 1812  (Franse tijd 1810-1813)  
De huidige Scheve brug bevindt zich links van het Zandmeer in het verlengde van schuin lopende kavel lijn.
(de vroegere markegrens van Hijken met het Kloosterveen. 
De schuin gesneden kavels moesten bij loting worden verkocht. Zgn Kyllot. Het latere Kyllotsbos en de tennisvereniging Kyllot danken er hun naam aan.

Duidelijk is hier in 1812 de voortschrijdende vervening te zien. In 1807 was Smilde of De Smilde al een zelfstandige gemeente geworden met de kernen Hoogersmilde, Hijkersmilde,Kloosterveen en Bovensmilde. Het was de 5e gemeente in Drenthe met Assen,Meppel, Hoogeveen en Coevorden. De overige gemeenten werden in 1811 vastgesteld. Door Keizer Napoleon Bonaparte was deze weg langs de vaart onderdeel van Parijs tot Delfzijl, als route imperiale, keizerlijke weg , de hoofdweg naar het noorden aangewezen.. Aan de rede van de Waddenzee konden immers wel 40 oorlogsschepen liggen….In 1822 wilde koning Willem I de weg (toen al weg nr 1) van een verharding voorzien.

Tussen 1825 en 1839 werd de hele verbinding tussen Meppel en Assen als eerste weg in Drenthe voorzien van een verharding. Dus snellere postkoets en tolhuisjes… Deze belangrijke weg was dan ook tot 1985 Rijksweg en zo heet die plaatselijk nog zo. Nu is het de Provinciale weg N 371.
 De veenbruggen liggen hier nog verscholen in het veen ….

Bijlage 2

Prehistorisch perspectief


Een sterke toename van de veengroei > dus: veenbruggen (zie onderaan Tijdbalk Prehistorie)

Concept tbv overleg met prof.dr.ir. Theo Spek van het RACM te Amersfoort.

Relatie Veenbrug Smilde en Celtic Fields

Als mogelijke bouwers van de 2 veenbruggen bij Smilde noemt Caspari (BAI nu GIA) een mogelijke relatie naar de bewoners van de Celtic Fields bij Witten of het Hijkerveld. Mogelijk dat hij voorbij gegaan is aan het bestaan van het Celtic Field bij Hijkersmilde, industrieterrein Leemdijk.
Er was al bevreemding in de optie dat de mensen van het Hijkerveld de bouwers waren.
Waarom gingen ze dan niet makkelijker via de oostkant?
Brongers geeft in zijn Air Photography and Celtic Field research in the Netherlands , J.A.Brongers 1976 duidelijk een groot Celtic Field aan bij Hijkersmilde, Leemdijk.

Zelf heb ik na bestudering op de luchtfoto nog een paar wallen meer ontdekt. Ook de hoogteligging heb ik daarbij geverifieerd. Opvallend is dat de Smildervaart/ de Drentsche Hoofdvaart dwars door het Celtic Field is gegraven .

De westzijde is nu geheel bebouwd (woningen, industrieterrein) Vanwege de ook door Caspari aangetoonde snelle overgroeiing van de veenbrug in een kennelijk snel natter wordend klimaat en omgeving, is het logisch dat het volk van “Hijkersmilde’ heeft moeten wegtrekken vanwege dreigende insluiting door het veen. Wegtrekken richting Witten of verder (kwelders) was een optie. Omdat de veenbrug niet of nauwelijks gebruikt is, zijn de plannen kennelijk gewijzigd.
Een verdronken veenbrug kan de reden zijn geweest of een andere locatiekeuze in Z richting (zie rode vlekken) ook wegtrekken over een bevroren moeras in westelijke richting is niet uit te sluiten.

 

Roelof Matien, 4 maart 2009