Selecteer een pagina

Geschiedenis Familie Korteweg

De geschiedenis van Kees en Eva Korteweg die in 1911 naar Smilde kwamen om een gezin te stichten. En meteen ook een  ontginningsmaatschappij. 

In de voorzomer van hetjaar 1911, na terugkeer van hun huwelijksreis, trokken Kees Korteweg en Eva Bakhoven naar Smilde om zich daar te vestigen en zij woonden daar tot het einde van hun dagen. 

Zo luidt de eerste zin van de familiekroniek, geschreven door Simon Cornelis Korteweg jr., de oudste zoon van Kees en Eva. De kroniek van het geslacht Korteweg dat aan het begin van deze eeuw vanuit Den Haag naar Smilde kwam om daar zijn geluk te beproeven in de ontginning van de woeste terreinen die zich uitstrekten van de Smildervaart tot aan de ruigten van het Noorderveld onder Hijken.

Geen sinecure. Het ging hier niet om een familie die op avontuur ging uit nooddruft, noch om aan lager wal geraakte rijkdom die noodgedwongen uitweek naar het arme Drenthe voor nieuw fortuin. Integendeel, men kwam uit ondememingslust, op zoek naar een lucratieve belegging van een deel van het aanzienlijk familievermogen. De vader van Kees, de oude heer Simon Cornelis Korteweg, was van oorsprong een Zeeuwse herenboer. Hij was rijk, ging wonen in Den Haag en vulde zijn dagen met bestuurlijke functies bij onder andere de Hollandse Maatschappij van Landbouw en de Heide-Maatschappij. De oude heer Korteweg was een ondernemend man. Hij stak geld in de ontwikkeling van de landbouw en raakte geïnteresseerd in de grote uitgestrektheden woeste grond die Nederland nog rijk was. Hij vond in de rijke effectenhandelaar Johan Philip Schulz van Haegen een compagnon en samen gingen ze op zoek naar een ontginningsproject. Daarbij terzijde gestaan door de Heide-Maatschappij. Geld speelde geen rol.

De keus viel uiteindelijk op Smilde. De oude Korteweg kwam, zag het allemaal aan en kocht een uitgestrektheid waarvan hij zelf niet goed wist waar zij eindigde. Daarna reisde hij terug naar Den Haag want hij wilde er niet wonen. Voor geen goud. Hij ontbood zijn zoon Kees bij zich – op dat moment nog een student medicijnen in Leiden -, nam hem van de universiteit, benoemde hem tot directeur van het ontginningsproject en stuurde hem, als een soort plaatsbekleder  op aarde, naar het verre Smilde om daar Gods schepping nader te fatsoeneren. “En nu aanpakken, mijn jongen”, zei de oude heer Korteweg.

‘Stuur’

Maar er moest eerst worden getrouwd, want als vrijgezel kwam je om in de eenzaamheid van het Drentse land. En bovendien moest er ‘stuur’ komen in het leven van die eeuwige student uit Leiden. En alzo gebeurde. De 26-jarige Cornelis Iman Korteweg, genoemd Kees, trad op 10 mei 1911 in het huwelijk met zijn verloofde, de mooie Everdina Johanna Leignes Bakhoven. Met Eva dus. De twee stadskinderen, die beiden een onbezorgde jeugd hadden gehad, vierden in grote stijl hun huwelijksdag in het gerenommeerde Haagse hotel De Witte Brug, waarvan vader Korteweg commissaris was. Na het feest reisden zij af naar Parijs voor de huwelijksreis.

Het zou het afscheid van een jeugd worden en het begin van een groots avontuur in het ruige grensgebied tussen Drenthe en Friesland. Een avontuur waarin geluk en voorspoed werden afgewisseld met zorg en tegenslag. De ontginning was een prachtige onderneming, de bosbouw boeiend en schoon van conceptie, het stichten van een landbouwbedrijf hachelijk in de crisisjaren van na de Eerste Wereldoorlog en het oprichten van kwekerijen ten slotte droeg bijvoorbaat de kiem van de mislukking in zich. De affaire leverde geen schatten op, integendeel, men speelde quitte en zelden meer. Vaak minder en aan de beide aandeelhouders in Den Haag kon nimmer enig dividend worden uitgekeerd. Men lag er niet wakker van en hoopte op betere tijden.

Het was een zegen dat de familie Korteweg ‘zeer rijk was van zichzelf ‘ , zoals ze in Smilde zeiden. Vol ontzag.

In 1911 kon je van Drenthe al niet meer zeggen: de aarde nu was woest en ledig. En nog veel minder dat daar duisternis was op de afgrond. Er waren daar geen afgronden en al veel van wat ooit ‘woest en ledig’ was werd in de loop der jaren in cultuur gebracht. Drie eeuwen eerder al waren de nazaten van befaamde Amsterdamse kooplieden en magistraten naar ‘de Olde Landschap’ gekomen om de woeste venen en de ruige heidevelden te ontdoen van bolster en bovenlaag. Ze groeven naar turf en wensten in de Drentse Heerlijkheden nog rijker te worden dan zij al waren. Wat niet altijd gelukte, want de tijden waren ongewis, de land- en waterwegen onvoldoende of nog niet aanwezig en de afname zelden gegarandeerd. Ook toen gingen de kosten nogal eens vooruit op een baat die nooit kwam. Maar sommigen werden rijk in het veen. Het waren de vasthoudende pioniers uit de vreemde en uit Drenthe zelf die de moerassen drooglegden, de kanalen groeven, wegen aanlegden en daarna het hoogveen als goede turf verkochten, de ontginningen exploiteerden en ten leste de boerenbedrijven stichtten op nieuwe grond. Met veel profijt. Hun namen vind je nog terug in de leggers van de oude kadasters, op de grafkelders die vergeten zijn achtergebleven op in onbruik geraakte dodenakkers, op straten en pleinen van Drentse dorpen, en op zo menig Herengestoelte in de Nederlands Hervormde Kerken

Snikke

Toen Kees Korteweg en Eva Bakhoven op die mooie junidag in 1911 terugkwamen van de Parijse huwelijksreis, vonden zij dan ook een Drentheland dat al goeddeels was herschapen in landbouwgrond. Schrale grond weliswaar, waarop zonder kunstmest maar weinig wilde groeien en gedijen, maar even zo vrolijk: landbouwgrond, met daarop een leger van kleine boeren en landarbeiders die in het zweet huns aanschijns moesten werken voor een karig inkomen. De tijden waren slecht.

Het was de jonggehuwden vreemd te moede, toen zij op het station van Assen uit de sneltrein stapten. Daar hield het openbaar vervoer op, althans in de richting van de landstreek waar zij een toekomst wilden opbouwen: Smilde, die eindeloze streek langs de Drentse Hoofdvaart. Aan de oostzijde een klinkerweg en aan de westzijde een zandweg. Een eentonige route zonder openbaar vervoer behalve dan twee keer in de week een trekschuit, de ‘snikke’, van Smilde naar Assen en weerom, en één keer per week een beurtdienst met een stoombootje dat godbetert Cupido was genoemd. Dat was alles. In Assen hield naar Haagse begrippen de wereld op. Daarna was er allleen nog de oneindigheid. En het avontuur!

De Oude Veenhoop

Voor het station van Assen wachtte de met één paard bespannen brik van herbergier De Vries, de eigenaar van het Smildeger Herenlogement annex café, annex wisselplaats met doorrit, annex slijterij en ga zo maar door. Het enige hotel tussen Assen en Havelte heette sinds mensenheugenis De Oude Veenhoop, Een prachtige, monumentale herberg die het gemeentebestuur van Smilde 75 jaar later zonder aarzelen ,opofferde aan de vooruitgang die ook het hart van Smilde zo onherstelbaar teisterde. Jammer. De herbergier reed het jonge echtpaar Korteweg naar de woeste terreinen ten oosten van de Smildervaart Terreinen die Kees geacht werd in de komende decennia te ontginnen ten profijte van twee Haagse heren: zijn vader en diens compagnon Schulz van Haegen. Er stond een huis voor hen klaar aan de zandweg langs de Dikke Wijk. Eenzaam aan de rand van het grote te ontginnen gebied. Een klein houten landhuis, gebouwd als tijdelijk onderkomen in afwachting van de bouw van een zeer grote villa aan de Molenwijk die daarna, tot hun dood, zou dienen als een passende behuizing voor een jonge Haagse ondernemer die de opdracht had rogge, haver, aardappelen en suikerbieten te laten groeien op de grond die tot dan ‘woest en ledig’ was geweest.

Prachtig bezit

Vader Simon Cornelis Korteweg en zijn compagnon Philip Schulz van Haegen hadden ruim vierhonderd hectare grond gekocht, voornamelijk van de familie Tonckens. Ruim 220 hectare lag in de gemeente Smilde en ongeveer 190 hectare lag, aansluitend, in de gemeente Beilen. Een prachtig bezit. De prijs was iets meer dan 50.000 gulden, wat neerkwam op ruim 120 gulden per hectare. Zelfs voor die tijd een aannemelijke prijs. De grond werd ingebracht in een naamloze vennootschap. Op 3 augustus 1911 werd de NV Ontginning Smilde opgericht, met een maatschappelijk kapitaal van 300.000 gulden. Deze naamloze vennootschap heeft bestaan tot na de dood van Eva Korteweg-Bakhoven en werd beëindigd op 31 december 1962. De beide aandeelhouders, vader Korteweg en Schulz van Haegen, benoemden Kees tot directeur op een aanvangssalaris van 125 gulden per maand, wat voor Haagse begrippen tamelijk bescheiden was, maar hij genoot emolumenten en vrij wonen, eerst nog in het bescheiden houten landhuis op de woeste hoogte maar later in de riante villa aan de Molenwijk. Op 1 augustus 1914, de dag waarop ook in Nederland de mobilisatie werd afgekondigd, betrokken Kees en Eva Korteweg hun voorname directeurswoning genaamd De Haegenaarskamp. De naam was een hommage aan de Haagse aandeelhouders. Kees en Eva woonden in ‘De Haegenaarskamp’ tot hun dood. Ze kregen daar twee kinderen: Simon Cornelis jr. werd geboren op 24 april 1912 en Henri Guillaume Antoine, die zijn hele leven Hans werd genoemd, op 26 juni 1920. Hans Korteweg zou tot aan zijn dood op 7 september 1997 wekelijks van vrijdag tot maandag uit Wassenaar naar Smilde komen voor de verzorging en het onderhoud van wat er nog over was van de oorspronkelijke bezittingen: het prachtige Landgoed Korteweg met daarop het door vader Kees aangelegde sterrenbos naar de mode van die tijd. Een bank en een formidabele Amerikaanse eik in het midden van de ster en van daaruit tien lanen die stervormig uitlopen tot aan de randen van het landgoed. Op zaterdag 6 september 1997 heeft Hans, de jongste zoon van Kees en Eva, voor het laatst gesnoeid, gekapt en geplagd in het Kortewegse bos. In de nacht daarop stierf deze laatste telg van de familie. Op zijn landgoed. Op 13 september 1997 werd Hans Korteweg begraven op het oude kerkhof van Smilde. Naast zijn grootvader, zijn grootmoeder, zijn vader Kees en zijn moeder Eva. Het einde van een avontuur dat zich afspeelde tussen het begin en het einde van deze eeuw. Het einde ook van het gezin Korteweg dat zijn stempel drukte op de Smildeger samenleving – zij namen deel aan tal van maatschappelijke organisaties – maar vooral ook op het landschap ten oosten van de dorpskern, waar het spoor terug vande Kortewegs duidelijk is te volgen: de woeste natuur is herschapen in puike landbouwgrond en een landgoed met sterrenbos is aangelegd op de plaats waar vroeger niets anders was dan zandverstuivingen en schrale heidevelden met veel bente.

Liberaal

Wie het spoor terug volgt, ziet een familie Korteweg die groots en niet zelden meeslepend leefde temidden van een gemeente waar na de Eerste Wereldoorlog grote armoede heerste. Ze waren daar niet blind voor. Vooral Eva Korteweg, een soort van stammoeder, een spil waar het gehele gezin om draaide, was actief in tal van maatschappelijke organisaties die de verheffing van het gewone volk nastreefden, zoals dat toen heette. Liberaal, dat waren ze. Goed voor hun volk maar niet tot in het onwijze.

Zakelijk was het ze niet altijd voor de wind gegaan, deze Haagse pioniers van Zeeuwse afkomst. Vanaf 1911 tot aan het einde van de mobilisatie werd rond 230 hectare woestenij ontgonnen. Aanvankelijk waren ze aangewezen op mankracht, met de schop en een span ossen voor de ploeg, maar later bracht de Heide Maatschappij uitkomst met een stoomploeg. Een deel van de grond werd verkocht en op de rest vestigde de familie Korteweg. een eigen boerenbedrijf. Maar ze hadden de tijd niet mee. De kunstmest werd schaars door de oorlog en na 1918 deelden ze in de algemene malaise die overal in Europa de boerenstand teisterde. De boerderij werd opgeheven. Een deel van de grond werd verpacht aan boer Daling, een nabuur, en de rest verkocht aan de zonen van Voortman, de molenaar van Smilde. Het maatschappijkapitaal van de NV ‘Ontginning Smilde’ slonk door het afboeken van de jaarlijkse verliezen en in 1929 werd uit financiële noodzaak een perceel heideveld van 75 hectare langs de Dikke Wijk verkocht. Kees Korteweg zag af van verdere ontginning en ging in de bosbouw. Samen met zijn bedrijfsleider Langenbach begon hij met de aanplant van negentig hectare bos op de rest van zijn terreinen. Dat werd het sterrenbos, op de grens van Smilde en Beilen. Het landgoed Korteweg.

Spil

Verliezen of geen verliezen, winst of een winst, de familie,Korteweg bleef in Smilde de staat voeren zoals zij die vanouds gewend waren. Het familievermogen, bij versterf overgegaan van ouders op kinderen, was toereikend. En het mocht dan zijn dat de financiële toestand van het ontginningsbedrijf zorgen baarde, toen in 1941 Kees kwam te overlijden, na een pijnlijk ziekbed, nam de daadkrachtige stammoeder Eva Korteweg de leiding gewoon over. Met strakke hand, en die gold ook de familie. Tot 1962, toen zij op 25 november van dat jaar overleed. Ze werd 76 jaar. Een bewonderenswaardige vrouw, de sterkste mens van deze familie, die in voor- en tegenspoed de spil was van een roerig en opzienbarend gezin. En daarnaast de stuwende kracht achter menig maatschappelijk initiatief in de toen zo armelijke veenkolonie. Na haar dood werd de NV’Ontg*nning Smilde’ geliquideerd.

De NV was geen goudmijn geworden, zoals men hoopte, maar wel een zegen voor de werklozen die er werk vonden. In het Smilde van nu vind je alleen nog de herinneringen aan de Haagse familie die ooit kwam, er leefde en weer verdween. je vindt er nog de riante villa ‘Haegenaarskamp’ aan wat vroeger de Molenwijk heette, met nu een andere bestemming. Op het landgoed staat nog het kleine houten landhuis waar men de zondagen doorbracht, het landgoed ligt er nog in volle glorie dankzij het onderhoud door Hans tot aan de dag van zijn dood en op het oude kerkhof van Smille liggen vijf graven, direct bij de ingang.

De bezittingen zijn overgegaan naar neven en nichten, de kinderen van de oudste zoon Simon Cornelis jr., die elders wonen. Zoals het zich nu laat aanzien, wensen de erfgenamen het familiebezit in Smilde ongedeeld in stand te houden. De naam Korteweg is nog niet helemaal verdwenen.